Het laatste schilderij waarover ik het hier wil hebben is als het ware een tableau de la troupe. Vergelijkbare thema’s duiken op in andere gedaantes en in een totaal andere formulering van ruimte. Het geheel ziet eruit als een grote opengeklapte doos waarbinnen zich van alles afspeelt, wat deels ook naar buiten lijkt te willen komen. Centraal in de compositie staat een wonderlijke constructie die aan de onderkant alles wegheeft van een raket en aan de bovenkant van een totempaal bekroond door een ‘echt’ gezicht. De kruisvorm van dat geheel wekt automatisch ook associaties met de duizenden afbeeldingen van kruisingen zoals we die kennen uit de westerse kunstgeschiedenis, hoewel ik hier meer een triomferende dan een lijdende persoon meen te zien, een vrouw ook nog, een godin misschien die, ook al door het rijke en uitbundige kleurgebruik, ergens in de verte verwant is aan Indiaanse beelden. Misschien is het de bedoeling dat de doos openspat en dan de godin gelanceerd gaat worden in de wereld als teken van (bijvoorbeeld) vrouwelijke kracht en dan is er dus sprake van een feministische symboliek: de kracht van de vrouw wordt gevierd.

Een andere associatie is met de Doos van Pandora – de opening van die doos had weliswaar allerlei narigheid tot gevolg, maar was ook ‘onvermijdelijk’, het moest gebeuren. Wat naar analogie door die goddelijke raket kan worden aangericht weten we nu niet, maar in deze visie lijkt de godin eerder vijand dan vriend.

Op het grondvlak van de doos is een eerder thema terug te vinden: dit is de aarde, waarop mensen leven die in allerlei relaties tot elkaar staan. Sommigen bestaan alleen als monochroom silhouet, zoals de twee meisjes rechts die elkaars hand vasthouden en haast lijken te hebben om ergens te komen, al weet ik niet waar – een verbeelding van de haast die in de cultuur gekropen is? Aan de linkerkant staan twee (silhouetten van) vrouwen in lichtblauw en paars met elkaar te praten en dat gesprek is, zoals eerder in de decoratie van een bank, verbeeld door een netwerk van rode lijnen (snoeren?) dat de personages met elkaar verbindt: op zoek naar elkaar of tot elkaar veroordeeld? Schuin daarachter bevinden zich nog twee personages in verschillende tinten blauw die haast in elkaar lijken over te gaan en tenslotte lopen er wat losse monochrome persoontjes op de voorgrond die vooral aandacht lijken te hebben voor de totempaal, waarvan het kloeke formaat pas in relatie tot die menspersonen duidelijk wordt. Ik denk dat deze personages metaforisch pars pro toto zijn voor al het menselijk gewoel.

En daarvoor wordt ook een context gegeven in de uitgeklapte zijkanten, waar allerhande denkbare en ondenkbare diersoorten op een groen fond zijn afgebeeld, symbolisch voor ‘de natuur’ misschien en heel misschien wel voor het paradijs waaruit de mensen op het grondvlak – en natuurlijk wij, de kijkers – verdreven zijn.

Alles in dit schilderij is in felle kleuren heel hard en vlak geschilderd, wat de voorstelling een zekere mate van vrolijkheid, maar ook grote kracht en rijkdom en een onontkoombaar gevoel van urgentie verleent. Dat de doos zich misschien in een zwarte ruime lijkt te bevinden – de kosmos, het heelal – roept een beeld op van de aarde (in dit geval niet plat en niet rond, maar in de vorm van een opengeklapte kubus) die door de ruimte zweeft. Dat geeft het geheel een transcendente kwaliteit omdat het grote afgezet wordt tegen het nog grotere, ja, zelfs tegen het oneindige.

Ik kan dit werk wel lezen als een soort samenvatting en contextualisering van het eerdere werk – dat concentreerde zich op allerlei varianten van intermenselijke contacten en hier worden die bij elkaar gebracht in iets als ‘de hele wereld’. Het gaat, denk ik, over de plaats van mensen in de wereld, hun onderlinge relaties en hun behoefte aan veiligheid en bescherming door, bijvoorbeeld, een ‘hogere macht’ zoals deze godin, die, zoals zo veel goden, tegelijkertijd ook iets afschrikwekkends heeft. In laatste instantie toont het werk dus eigenlijk la condition humaine.
RoosDuyvenstijn_ruler2
Kunstcriticus Philip Peters
Lees hier zijn hele verslag over het werk van Roos Duyvestijn.

Terug naar Gallery