Dit schilderij toont vijf vrouwen die vrolijk bij elkaar zitten op de rand van een soort bubbelbad. Zijn ze een dagje samen uit? Wat zijn ze van elkaar, vriendinnen, zussen, collega’s? Daarover worden we door het werk niet wijzer gemaakt. Wat we wel zien is dat ze allemaal een verschillend uiterlijk hebben, dat niet te herleiden is tot varianten van badpakken of andere kleding. Ook de gezichten zijn verschillend, qua uitwerking en qua schildertrant. Ik denk dat het in die zin portretten zijn van mensen met verschillende karakters en dat die karakters expressie krijgen in de manier waarop de beeldmiddelen zijn gehanteerd. Hoe je de diverse karakters met woorden zou moeten invullen weet ik niet, daar kunnen verschillende lezers verschillende meningen over hebben; je zou kunnen construeren dat het meest rechtse personage een uitbundiger type is dan de vrouw aan de uiterste linkerkant en zo is er meer te bedenken.

Belangijker lijkt mij dat de ruimte waarin de vrouwen zich bevinden buitengewoon ambigu is: perspectivisch is moeilijk of eigenlijk helemaal niet te zien wat zich waar bevindt. De randen van het bad lijken soms, met name geheel rechts, omhoog te gaan en het geheel lijkt haast ‘primitief’ aangepakt, maar dat is dan heel bewust gedaan want de schilder weet wel beter. Zij heeft er iets mee voor en dat heeft betrekking op de ruimte waarin een en ander zich afspeelt. Links bevindt zich een soort verticaal scherm met grillige stermotieven en dat is duidelijk achter de vrouwen en de badrand gesitueerd. Rechts zien we een vergelijkbare verticaal, nu behangen met gekleurde lampjes zoals je wel ziet in de kleedkamers van theaters. Waar dit element zich precies bevindt is minder duidelijk: rechts van het bad? Erachter? Het is niet met zekerheid te zeggen. De ruimte wordt afgesloten door een soort scherm met bloemen. Alles bij elkaar fungeren de twee verticalen en in zekere zin ook de badrand als een lijst: door een soort venster wordt ons dus een kijkje gegund in dit schijnbaar vrolijke en wat intieme samenzijn, maar de ruimte waarin dat zich afspeelt is buitengewoon ondiep en ook niet erg breed. De personen zijn tussen de diverse elementen van de ‘lijst’ krap op elkaar geplaatst, wat een fysieke intimiteit suggereert die er misschien helemaal niet is – eerder is het een wat claustrofobische situatie: vijf personen in een te nauwe ruimte gepropt. Ik denk dat de sfeer van oppervlakkige vrolijkheid die in eerste instantie, ook door de felle kleuren, wordt opgeroepen, misschien van alles verbergt wat heel wat ongemakkelijker is: de vrouwen zijn als het ware gevangen in het bubbelbad waar ze met zijn allen nooit in kunnen, ze zitten vast in een claustrofobische ruimte waaruit niet zo een twee drie een uitweg te bekennen valt. Ze zullen het dus met elkaar moeten doen en of dat op den duur zo’n pretje is kun je je afvragen. De verticaal met lampjes heeft nog een andere clou: deze ruimte is geen ‘échte’ ruimte, maar heeft al met al meer weg van een decor en in die zin is dit een voorstelling, in twee betekenissen van het woord: een presentatie (TARA, het doek gaat op) en een introductie van de actrices die hier tot elkaar veroordeeld zijn: een voorstelling in een voorstelling eigenlijk, waarvan we hier een momentopname te zien krijgen. Hoe het stuk verdergaat, hoe de relaties zich zullen ontwikkelen, weten we niet, het antwoord daarop ligt in de toekomst en die kennen we nog niet. De vrouwen zitten op de badrand, die mogelijk een metafoor is voor het moment van het nu, die rafelige rand tussen verleden en toekomst. Daar zullen we het mee moeten doen – tenzij de schilder nog een vervolg produceert, wat me niet waarschijnlijk lijkt, maar je weet nooit.

RoosDuyvenstijn_ruler2

Kunstcriticus Philip Peters
Lees hier zijn hele verslag over het werk van Roos Duyvestijn.

Terug naar Gallery