In dit schilderij gaat het, denk ik, opnieuw over de relatie tussen mensen en vooral over wat daarin onuitgesproken blijft (het overkoepelende thema van dit oeuvre), maar de beeldende aanpak is wezenlijk verschillend. Eerder was steeds sprake van een ruimte waarin zich personages bevonden en gaven beeldopbouw en materiaalgebruik de kijker gelegenheid om in het beeld zelf clous te vinden voor wat er met en tussen die mensen aan de hand was.

Hier is dat niet het geval. De schaarse ruimte die niet in beslag wordt genomen door de personages is neutraal blauw – het zou ‘de lucht’ kunnen zijn, maar ook gewoon een blauw vlak dat uitsluitend om beeldende redenen bestaat, om de personages beter te laten uitkomen bijvoorbeeld en omdat het wit laten van dat deel van het doek te demonstratief zou zijn geweest en zelf aandacht zou hebben opgeëist – en dan moet je er dus over na gaan denken wat dat nu weer mag betekenen. Dat heeft de schilder niet gewild; kennelijk moeten we ons concentreren op de verdichte compositie die de beide personages samen zijn. De een heeft het gezicht naar de kijker toegewend, de ander is – en dan nog maar gedeeltelijk – van achteren zien. De hoofden zijn ook hier ‘leeg’, er is geen gezicht te zien en dus ook geen gezichtsuitdrukking (hoewel de twee rode boemerangachtige strepen in het gezicht van de voorste persoon te denken geven: wat is hier gebeurd?). Beide personages zijn blond, hun haren lijken op elkaar: geel met rode accenten. Omdat beide personen zich heel lichtjes naar achteren buigen en tegelijkertijd met hun hoofden elkaar bijna raken zou je kunnen denken dat hun haren letterlijk in elkaar verstrengeld zijn (of: aan elkaar (vast)gebonden, zoals Marina en Ulay ooit in een performance daadwerkelijk deden). Dat geeft reden om te denken aan een intense interactie of een intense status quo: aan elkaar verslingerd of tot elkaar veroordeeld?
Het totale beeld is larger than life, wat wordt veroorzaakt door het feit dat de beschouwer het werk vanuit een laag standpunt ziet, wat zorgt voor een monumentale en indrukwekkende scène – zoals bijvoorbeeld het geval is in Piero della Francesca’s beroemde fresco in San Sepolcro, dat de Opstanding verbeeld. Thematisch is er natuurlijk geen overeenkomst, het hier uitgebeelde tafereel is seculier en zeer van deze tijd – een icoon van de verwarring én onderlinge afhankelijkheid van mensen op dit moment in onze cultuur.

Opmerkelijk is hier dat de uitbundige decoratie bij de naar ons toekijkende persoon lijkt te horen (mogelijk aangebracht op zijn kleding), maar ook links naast hem doorloopt, al is het de vraag of er zich niet nog een derde persoon tussen de twee andere in bevindt bij wie de groene vlakken horen. Als dat zo is – en het zou kunnen, ik kan niet zeggen dat ik het zeker weet – verandert het hele schilderij van betekenis: komt de derde ook overdrachtelijk tussen de andere, verstoort hij of zij de interactie of is er juist sprake van een warme verbondenheid tussen drie mensen in plaats van twee? Trouwens: wat zijn dat eigenlijk voor personen? Ik meen – maar het zou kunnen dat dit meer over mij zegt dan over het schilderij – in de voorste een man te zien en in de andere een vrouw (en de derde zie ik ook als vrouw). Wat betekent dat? Is er sprake van een driehoeksverhouding? Het beeld verbiedt die gedachte niet.

Ook opvallend is het feit dat de voorste figuur rijk gedecoreerd is en de derde figuur (in tegenstelling tot de eerste bij wie de decoratie voornamelijk uit lijnen bestaat) ook, maar iets minder rijk en in vlakken in plaats van lijnen. De persoon met de rug naar de kijker toe is helemaal niet gedecoreerd. Ik kan me voorstellen dat dit iets zou kunnen zeggen over de relatie of interactie tussen de drie personages, maar ik kan hieruit niet veel afleiden of het wordt pure speculatie. Dat er sprake is van een spanningsveld is duidelijk, maar het geheim van dat spanningsveld wordt ons niet onthuld. Die ambiguïteit, dat aanreiken van clous voor het oplossen van een raadsel dat niet op te lossen is maakt het werk intrigerend: we weten dat er iets aan de hand is, maar we weten niet wat. En misschien is dat wel goed zo; sommige geheimen kunnen maar beter geheim blijven. Door die combinatie van extraverte beeldvorming met terughoudende allusies die op verschillende manieren kunnen worden uitgelegd geeft de schilder ons met de ene hand een aanwijzing om die met de andere meteen weer terug te trekken – die bescherming van wat er aan de hand is geeft het werk iets kwetsbaars, iets intiems en het werkt omdat het wordt uitgedrukt in ogenschijnlijk simpele en felle compromisloze kleuren.
Tenslotte moet ik mezelf tegenspreken: de linker onderkant van het schilderij bestaat uit een blauw vlak waarvan de decoratie lijkt over te lopen in die van de ‘derde’ figuur, als die echt bestaat. Daardoor wordt toch weer een soort ruimte gesuggereerd want het vlak lijkt het blad van een tafel, die in het vlak staat zoals ‘primitieven’ dat doen maar ook kubisten: als een geometrische vorm, recht omhoog, zo plat als een dubbeltje. Net als bij de vrouwen bij het bubbelbad veroorzaakt dit spel met perspectief onzekerheid over de ruimte die dan maar heel ondiep lijkt te zijn – misschien is ook deze voorstelling daadwerkelijk een presentatie in de zin van een theatervoorstelling. Maar de acteurs nemen hun rol serieus en brengen de toeschouwer in verwarring. De tafel is een terugkerend element in deze schilderijen en de tafel is natuurlijk een sociaal centrum, waaraan men bij elkaar zit om dingen te besperken – of misschien wel om gewoon even uit te rusten en iets te drinken, zo simpel kan het natuurlijk ook zijn.

Tenslotte kun je nog construeren dat het allemaal heel anders in elkaar zit en dat de decoratie helemaal niet gebonden is aan de personages als individuen, maar zich integendeel op een ander vlak bevindt. Letterlijk zelfs: dan wordt het een soort voile, een soort buffer tussen de wereld van de beschouwer en die van de personages in het schilderij. Dan krijg je een andere betekenis en wordt de beschouwer daadwerkelijk in de problematiek betrokken: hij kan niet direct in contact komen met de personages, de decoratie staat dat als een prachtig maar afleidend scherm in de weg. Het zou ook met zich meebrengen dat die personages helemaal niet gedecoreerd zijn, maar veel kaler zijn, veel leger en dan zijn we terug bij het thema van de onbereikbaarheid, van het geproblematiseerde of zelfs onmogelijke contact, ook tussen de personages onderling.

RoosDuyvenstijn_ruler2
Kunstcriticus Philip Peters
Lees hier zijn hele verslag over het werk van Roos Duyvestijn.

Terug naar Gallery